In het Kazernekwartier in Venlo ontwikkelt Blink samen met de gemeente, marktpartijen en corporaties een levendige buurt. De monumentale gebouwen krijgen een prominente rol als plekken voor ontmoeting. Volgens Stef Weekers van Urban Matter Concepts ontwikkelt Blink zich steeds meer van decorbouwer tot choreograaf van buurten. “Een goed geprogrammeerde buurt brengt meer welzijn en minder zorgen.”
Een goed plan begint met luisteren
Voor Stef begint gebiedsontwikkeling bij het luisteren naar de omgeving. “De belevingswereld van bewoners en gebruikers is altijd mijn vertrekpunt. Alleen zo kom je tot een toekomstbestendig plan. Wat leeft er onder bewoners? Wat zien sociaal werkers en wijkbeheerders? Je moet verder denken dan een fraai stedenbouwkundig ontwerp: het gaat erom hoe een buurt straks functioneert.”
Stef vindt dat wonen te vaak als een financieel product wordt gezien door marktpartijen én de gemeente, terwijl wonen simpelweg de eerste levensbehoefte is. “We moeten breder kijken. Een goed functionerende buurt voorkomt maatschappelijke kosten op de lange termijn. Ik zie het als de ‘maatschappelijke meerwaarde’ van de zachte kant van een nieuwbouwwijk.”
Een kind dat kan lopen, is nog niet volwassen
Een buurt is niet ‘af’ als de laatste steen is gelegd. “Als ontwikkelaar moet je betrokken blijven nadat de eerste bewoners hun sleutel krijgen,” zegt Stef. “Een kind is ook niet volwassen zodra het kan lopen. Je moet bewoners begeleiden, sociaal programmeren. Niet vanuit een Excel sheet, maar met gevoel voor hoe mensen leven. Organiseer, programmeer en faciliteer, zodat de buurt zich gaat gedragen zoals bedacht! De champagne gaat pas bruisen als de kurk eraf gaat. Zorg dat je daar als ontwikkelaar bij bent.”
Ruimte om te ontmoeten vergroten
Nabuurschap ontstaat niet vanzelf. “Alleen stenen stapelen is niet genoeg. Als iedereen zich terugtrekt in een grote privétuin, blijft de straat leeg. Juist in het delen zit de ontmoeting: een gezamenlijke tuin, een parkje met een buurtkast of een deelschuur. Door de overgang van privé naar publiek slim te ontwerpen en ruimte te laten voor variatie, ontstaat er ruimte voor contact, voor toevallige ontmoetingen en nieuwe verbanden. Een ontwikkelaar is niet meer de decorbouwer van de buurt, met het ontwerp en de bouw worden de eerste passen gezet van de choreografie. De bewoners zijn uiteindelijk de dansers, zij geven de beweging vorm, zij brengen het script tot leven.”
Meer dan een optelsom van individuele voordeuren
Een bruisende buurt vraagt om slimme keuzes. “Wil je beweging stimuleren? Parkeer auto’s aan de rand van de wijk. Dat zorgt voor natuurlijke wandelroutes en bovendien: kinderen spelen meer buiten in autoluwe wijken. Zet de pakketservice aan de rand van de buurt. Mensen lopen dan ’s avonds er naartoe en komen elkaar tegen. Maak smalle paadjes waar ze elkaar groeten. Vanuit het doel om meer te bewegen ontstaan zo vanzelf de ontmoetingen.”
Toch doen bewoners vaak iets anders als de wijk klaar is. “Ze zeggen dat ontmoeting belangrijk is, maar voor je het weet, zetten ze eerst een schutting, dan een heg, en dan een camera. Als ontwikkelaar moet je laten zien wat er mogelijk is als je het anders aanpakt. Mensen uit hun comfortzone halen, dat hoort ook bij de rol van de ontwikkelaar die langer betrokken is bij het maken van die bruisende buurt waar we naar streven.”
Drie tips van Stef voor een bruisende buurt:
- Luister goed. Naar de omgeving, de toekomstige bewoners én ondernemers. Dat vormt de basis voor een waardevol gesprek en een gedragen plan.
- Kijk verder dan de euro’s. Een woonwijk is pas geslaagd als ze goed functioneert. Denk aan sociaal en economisch programmeren: wat gebeurt er ná oplevering?
- Creëer de juiste voorwaarden. Bouw een goed decor en ontwerp laagdrempelige ontmoetingsplekken. Dáár ontstaat de sociale interactie die een buurt laat bruisen.