Hoe neem je sociale waarde mee in het ontwerp van een gebouw, of liever nog: een gebied? Daarover gaat onze directeur Peter Heuvelink regelmatig in gesprek met Annemarie van Doorn, oprichter van Social Value Foundation. Een samenwerking die helpt om sociale waarde concreet te maken: door te kijken naar wat er al is, wat mensen nodig hebben en hoe een ontwikkeling daarop kan aansluiten.
De mens in het gebied
Annemarie begon haar loopbaan als gedragswetenschapper in de verslavingszorg. Daar zag ze hoeveel invloed de leefomgeving heeft op hoe mensen zich ontwikkelen. Later, in haar werk rond verduurzaming van de gebouwde omgeving, bleef één vraag hangen. “Maar de mens, waar is die eigenlijk? Je kunt heel veel duurzame gebouwen maken, hartstikke belangrijk voor het klimaat, maar uiteindelijk gaat het ook om hoe mensen er leven.”
“Op veel nieuwbouwlocaties begin je met een leeg stuk grond,” vertelt senior projectontwikkelaar Erwin Koedam. “Hier stonden al gebouwen met karakter. Dan is het zonde om die jarenlang leeg te laten staan. We zoeken ondernemers en initiatieven die het gebied nu al aantrekkelijk maken én straks onderdeel kunnen blijven van de wijk. Denk aan een pop-up restaurant, tweedehands markt of een evenement.”
Nabij zijn
Als Peter en Annemarie verder praten over wat een sociale buurt eigenlijk nodig heeft, komen verschillende voorbeelden samen. Voorzieningen dichtbij. Vrienden en familie in de buurt. Mensen die elkaar kennen en elkaar kunnen helpen. De vijftienminutenstad is daar één uitwerking van, maar voor hen gaat het uiteindelijk om iets breders: nabijheid.
“Nabij kun je op verschillende manieren laden”, zegt Peter. Niet alleen fysiek, maar ook sociaal. Voor Annemarie raakt dat aan heel menselijke behoeften: “Dat we meer tijd hebben. Dat we elkaar helpen.”
Peter koppelt het aan welbevinden: niet alleen welzijn of welvaart, maar hoe die samen bijdragen aan de vraag of iemand prettig en in balans kan leven. Annemarie haakt daarop aan: wat betekent dat vervolgens voor de inrichting van een gebied?
Hoe ontwerp je een ‘goedemorgen’?
Hoe dat eruitziet in de praktijk? Peter noemt de schaal van een galerij als voorbeeld. Een kortere, bredere galerij met bijvoorbeeld zes tot acht voordeuren maakt de kans groter dat bewoners elkaar herkennen en vanzelf contact ontstaat. “Wanneer is een straatje nog leuk? Als je daar maximaal tien andere voordeuren aan hebt?”
Ook looproutes doen ertoe. “Als jij en ik ongeveer hetzelfde ritme hebben en iedere ochtend via dezelfde deur naar buiten gaan, dan ga je na drie of vier keer wel goedemorgen zeggen.” Zulke ontmoetingen kun je niet afdwingen, maar wel stimuleren. Een buurt kan zo worden ingericht dat mensen elkaar op een natuurlijke manier vaker tegenkomen.
Aansluiten op wat er al is
Sociale waarde betekent niet automatisch dat je iets nieuws moet toevoegen. Peter noemt de gezamenlijke woonkamer die in veel woonconcepten terugkomt. “Misschien zit er in de wijk daarnaast al een organisatie of stichting die het moeilijk heeft. Kunnen we daarop aansluiten?”
Ook bestaande plekken in een gebied kunnen zo’n rol spelen. Bij een ontwikkeling naast een voetbalvereniging zegt Peter: “We zijn gewoon buren.” De vraag is dan niet alleen wat je binnen je eigen plangrens maakt, maar ook hoe je kunt aansluiten op wat er al is. “Hoe een nieuwe ontwikkeling een bijdrage kan leveren aan het bestaande sociale weefsel”, vat Annemarie die gedachte samen.
Sociale waarde meteen meenemen
Dat principe van gebruiken wat er al is, geldt wat Annemarie betreft ook voor kennis. In de bouw- en vastgoedsector is al veel ervaring aanwezig. Haar ambitie is om die beter te delen, ook op plekken waar een organisatie zelf geen direct belang heeft. “Ik geloof dat de gebouwde omgeving heel veel invloed heeft op ons welzijn, ons geluk en onze gezondheid”, zegt ze. “En dat het niet van projectje naar projectje moet gaan.”
Peter ziet veel waarde in die kennisuitwisseling. Voor Blink is dat juist een belangrijke reden voor de samenwerking: kennis en andere perspectieven bewust naar binnen halen én eigen praktijkervaring delen. Zo leren partijen van elkaar en hoeft niet iedereen steeds opnieuw hetzelfde uit te zoeken.
Uiteindelijk komt het voor beiden neer op samen ontwikkelen, in plaats van sociale waarde achteraf aan een plan toe te voegen. Peter vat het eenvoudig samen: “Je doet het voor en met elkaar.” Annemarie haakt aan: “Precies. Ook in het ontwikkelen. Dus die waarden moet je eigenlijk al vanaf het begin in het proces meenemen.”