De bruisende blik van David Sim, architect en urban expert
Nederland staat voor een enorme verdichtingsopgave. Maar hoe voorkomen we dat groei ten koste gaat van leefbaarheid? Hoe creëren we buurten die gezond, verbonden en toekomstbestendig zijn?
Volgens de internationaal gerenommeerde architect en urban expert David Sim begint een leefbare stad bij zachtheid: plekken waar het dagelijks leven centraal staat. Zijn Soft City-principes bieden daarvoor verrassend praktische handvatten.
In dit artikel nemen we je mee langs negen leidende principes voor soft cities, verrijkt met voorbeelden uit de presentatie van David Sim tijdens het Blue Zone Festival 2025. Ook laten we zien hoe Blink deze principes in de praktijk brengt bij het ontwikkelen van bruisende buurten.
1. Diversiteit in bebouwingsvorm (Diversity of Built Form)
David Sim laat zien dat dichtheid pas werkt als er ook diversiteit is. Zijn bekende formule, Dichtheid × Diversiteit = Nabijheid, benadrukt dat stapelen op zichzelf weinig oplevert. Een buurt gaat leven wanneer verschillende vormen, functies en woontypen elkaar afwisselen.
Daarom spreekt hij over “think smaller, lower”: bouwen op een schaal waar mensen elkaar vanzelf ontmoeten. Belangrijk, want Sim heeft onderzocht dat kinderen vanaf de vierde verdieping minder vriendjes hebben. Niet omdat ze minder sociaal zijn, maar omdat de afstand tot het leven op straat simpelweg te groot is.
Wanneer laagbouw naast een klein appartementsgebouw staat, een woning boven een atelier ligt of een hofwoning grenst aan een maisonnette, ontstaat een buurt die meebeweegt met verschillende levensfasen. Waar er op elk moment van de dag wel iets te doen is en je makkelijk in contact komt met anderen.
Voorbeeld van diversiteit in bouwvorm in ons project Merwede in Utrecht.
2. Diversiteit in buitenruimtes (Diversity of Outdoor Spaces)
Buitenruimtes bepalen hoe een buurt voelt. David Sim ziet ze als kleine scènes waar het dagelijks leven zich afspeelt: “een groot schouwspel om even weg te zijn”. Dat hoeft niet groots te zijn. Juist de kleine plekken maken het verschil: een groene doorgang waar je even vertraagt, een binnentuin die verkoeling biedt, een tiny square waar kinderen elkaar vinden en volwassenen een praatje maken.
In AIR Eindhoven woon je ín het landschap en lopen groene buitenruimtes naadloos over in de openbare ruimte.
Omdat verschillende soorten buitenruimtes allemaal naast elkaar bestaan, krijgt een buurt een natuurlijke cadans: mensen bewegen door verschillende sferen, kruisen elkaars pad en houden de wijk de hele dag door levendig.
3. Flexibiliteit (Flexibility)
“A town will never be finished”, meent David Sim. En wie lange tijd op één plek woont of betrokken is bij een stedelijk project, kan dit beamen. Buurten veranderen met de mensen die er wonen, en dat vraagt om plekken die kunnen meebewegen. Flexibiliteit gaat dan ook verder dan aanpasbare plattegronden. Het zit in hoe een wijk ademt met de seizoenen, hoe een plint van functie kan wisselen, of hoe een binnenterrein in de zomer een speelplek is en in de herfst een stille doorgang.
Sim ziet flexibiliteit als ruimte waarin mensen én plekken kunnen meegroeien. Niet alles hoeft in één keer vast te liggen; een buurt moet de mogelijkheid bieden om te worden wat hij later nodig heeft. Een plint die nu een atelier is, kan over een paar jaar een buurtwinkel worden. Een binnentuin kan in de zomer een speelplek zijn en in de winter een stille route tussen de woningen.
4. Menselijke schaal (Human Scale)
David Sim stelt één simpele vraag centraal: “Nodigt de stad me uit om mens te zijn?” Het antwoord zit vaak in wat je op ooghoogte ziet. De manier waarop een gevel je aankijkt, hoe ver een ingang écht voelt, of wat er gebeurt in die eerste meters tussen privé en openbaar. Sim noemt dat de “eyelevel experience”, omdat lopen onze zintuigen prikkelt: nieuwsgierigheid, oriëntatie, verlangen om verder te kijken.
Als de schaal klopt met hoe je als mens kijkt, ruikt en beweegt, voelt een straat vanzelf prettig en overzichtelijk. Je kijkt niet tegen gevels op, maar langs ze heen. Je weet waar je moet zijn, je ziet wie eraan komt en je beweegt zonder nadenken verder. Het geeft een gevoel van overzicht en veiligheid, twee belangrijke eisen bij stedelijke verdichting.
Gestapelde woningbouw, maar tóch met een menselijke schaal in het project Kazernekwarier in Venlo.
5. Loopbaarheid (Walkability)
Voor David Sim is lopen de meest menselijke manier om een buurt te ervaren. Niet alleen omdat het gezond is en goed is voor ons klimaat, maar omdat het de meeste zintuigen stimuleert. Je beweegt langzamer dan op de fiets, in de auto of de trein, waardoor je veel meer in je op kunt nemen. Op ooghoogte zie je details, lees je de straat en snap je hoe een plek werkt. Communiceren dat mensen meer moeten lopen is ontoereikend, stedenbouwkundigen moeten bewust ontwerpen voor walkability.
Hoe doe je dat? Korte routes, overzichtelijke hoeken en plekken waar je even kunt blijven staan of afslaan zijn voorbeelden van ontwerpen die maken dat je gaat lopen in plaats van rijden. Sim vergelijkt het met een wandel-metrokaart: alles ligt op loopafstand, waardoor je als vanzelf het ritme van de buurt volgt. Zo wordt lopen geen plicht, maar de prettigste manier om je door de dag te bewegen. Bovendien ontlast het de rest van de infrastructuur van de stad of buurt.
6. Gevoel van controle en identiteit (Sense of Control and Identity)
Volgens David Sim ontstaat vertrouwen in een buurt wanneer de verschillende lagen van het dagelijks leven logisch op elkaar aansluiten. Van je eigen voordeur en ramen, naar de gedeelde stoep of binnentuin, tot de straat en het plein daarachter. Als die overgang klopt, voelt een buurt vanzelf veilig en herkenbaar.
Sim noemt dit de zachte laag van de stad: “people make the city soft.” Sociale contacten, kleine rituelen en momenten van aandacht. In Kopenhagen ziet hij hoe gezinnen met jonge kinderen soms de stad uit verhuizen voor rust, maar terugkomen wanneer de kinderen ouder zijn. Simpelweg omdat ze zich verbonden voelen met de plek en de buurt, ook al wonen er meer dan een miljoen mensen in de stad.
7. Aangenaam microklimaat (A Pleasant Microclimate)
Dit Soft City-principe laat zich nog het beste samenvatten met de term ‘fresh air’. Ontworpen om zelfs in de drukke stad toch frisse lucht in te kunnen ademen en ruimte te ervaren. Ook bij dit principe benadrukt Sim de waarde van binnenhoven, als voorbeeld van plekken met een goed microklimaat: je zit beschut, in de zomer is het hier wat koeler en in de herfst blijf je graag wat langer buiten.
Ook het klimaat speelt daarin een rol. Straten die meebewegen met het weer, waarin je met de seizoenen mee mag leven in plaats van ertussenin, voelen toegankelijker en minder star. Ze passen zich vanzelf aan aan hoe mensen ze op dat moment gebruiken. Zo staat er in een park in Antwerpen een overkapping die ‘s zomers de zon buitenhoudt en tevens een schuilplaats biedt voor mensen en dieren.
8. Kleinere ecologische voetafdruk (Smaller Carbon Footprint)
Volgens David Sim bepaalt stedelijk ontwerp hoe we ons gedragen en daarmee hoe groot onze ecologische voetafdruk is. Hij gebruikt vaak het idee van de 15-minute city: alles wat je dagelijks nodig hebt binnen een kwartier bereikbaar. Maar dan het liefst wandelend, als een soort wandel-metrokaart door je eigen buurt. Korte verplaatsingen hebben een onverwacht groot voordeel. “Travel time is the key to have spare time,” zegt Sim hierover.
Wanneer voorzieningen dicht bij elkaar liggen, verandert de manier waarop je je door een buurt beweegt. Wandelen wordt vanzelf de logische keuze, omdat alles letterlijk om de hoek zit. Sim legt uit dat zelf infrastructuur dan een andere rol krijgt. Een trambaan kan voelen als onderdeel van de straat in plaats van een harde grens: een plek waar mensen instappen, uitstappen en elkaar kruisen alsof het één doorlopende openbare ruimte is.
9. Biodiversiteit (Biodiversity)
Voor David Sim is groen niet iets wat je achteraf toevoegt, maar een leeflaag die meeademt met de buurt. Hij kijkt naar hoe planten, bomen en water de seizoenen voelbaar maken. Waar de lente zich vroeg laat zien en de herfst langer blijft hangen. Op deze plekken krijgen bewoners het gevoel dat ze onderdeel zijn van een groter ritme en groeit het verantwoordelijkheidsgevoel richting de natuur.
In het project Noorderbunder in Dongen wonen mensen in een natuurlijke leefomgeving met een hoge biodiversiteit.
Het gaat hierbij om ecologisch slim groen: variatie in soorten, plekken waar insecten terechtkunnen, randen die bloeien op verschillende momenten van het jaar. Zulke plekken geven een wijk karakter. Ze bieden rust, dempen drukte, trekken vogels en vlinders aan en geven dat onverwachte “vakantiegevoel in je eigen stad.”
Leestip: Soft City
Het boek Soft City – Building Density for Everyday Life van David Sim geldt als een belangrijke referentie voor iedereen die zoekt naar leefbare verdichting, sociale buurten en steden die uitnodigen tot gezond en verbonden leven.